Droge remvertraging

Om de veiligheidheid van de weggebruiker te waarborgen is stroefheid van hoog belang. Helemaal als de snelheden hoog oplopen. Normaliter wordt stroefheid gemeten onder natte omstandigheden. Op en een nieuw wegdek bestaat bij een noodstop de kans dat de bitumen gaat smelten en gaat fungeren als een glijlaag gaat werken. De remweg wordt hierdoor langer en de auto is daardoor minder goed bestuurbaar. Dit zijn situaties die je liever wilt voorkomen. 

Asset.Insight. kan de droge remvertraging meting uitvoeren in het verkeer.Het wegvak hoeft niet te worden afgesloten. Voor inhaalstroken gelden wél aanvullende verkeersmaatregelen conform CROW publicatie 96a figuur 930/931.

 

 

Hoe werkt het?

De stroefheid van nieuw aangelegde asfaltverhardingen die niet zijn afgestrooid (veelal poreuze verhardingen), wordt sterk beïnvloed door de bitumenlaag die het aggregaat aan het oppervlak nog geheel omhuld. Hierdoor kan de microtextuur van de steenkorrel niet tot zijn recht komen. Dit is met name van invloed indien onder droge omstandigheden een noodstop wordt gemaakt. Er komt dan veel warmte vrij in het band-wegdek contactvlak, waardoor de omhullende bitumenlaag week kan worden en als glijmiddel kan gaan fungeren; dit wordt ‘bitu-planing’ genoemd.

 

Asset.Insight. kan bij 70 km/h de droge remvertraging middels Meting Onder Verkeer (MOV) meten met behulp van een geblokkeerd wiel meetmethode. Deze methode wordt uitgevoerd met dezelfde combinatie als de stroefheidsmetingen 86%. Het meetwiel wordt dan echter over een korte afstand steeds 100% geblokkeerd, waarna de meetband weer vrij kan rollen. Tijdens de 100% blokkade wordt de wrijvingsweerstand geregistreerd en omgezet in een stroefheidwaarde, die vervolgens wordt omgerekend naar een remvertragingswaarde. Per homogeen wegvak (hetzelfde mengsel) worden minimaal 7 metingen verricht. Het gemiddelde van deze metingen is de remvertraging voor het wegvak. Het wegvak dient ten tijde van de uitvoering van de metingen uiteraard wel droog te zijn.

+